Hybrid Building

'hybride verwijst naar een nieuwe kwaliteit die een gebouw verkrijgt als gevolg van de 'versmelting' van meerdere functioneel gedefinieerde gebouwtypen.' (Joseph Fenton, 1985)

Deze definitie suggereert dat het hier om iets nieuws gaat; iets vooralsnog onbekends. Twee ingredienten smaken samen niet meer naar de een en niet meer naar de ander. Er is een nieuwe smaak ontstaan. Zouden we dat ook met programma's kunnen? En wat ontstaat er als het niet meer de ene en ook niet meer de andere functie is? Hoe 'smaakt' dat?

Deze vraag stond centraal in mijn ontwerp voor een 'sportgalerie' op de middenberm van Blaak te Rotterdam. Twee functies, voortkomend uit de directe omgeving, worden in dit ontwerp bij elkaar gebracht. Een fitnessfaciliteit voor de omringende kantoren en een expositieruimte van de nabijgelegen kunstacademie. Het is bij een hybride interactie van wezenlijk belang dat de beide functies in evenwicht zijn. Als  er een overheerst, is de ander slechts een toevoeging aan de typologie van de eerste. De sportfunctie heeft door zijn beperkte breedte een zo lang mogelijke langsgevel. Hierdoor is kunst datgene wat de uitstraling van het gebouw bepaald, terwijl de sport de inwendige organisatie bepaald. De verschillende delen van het gebouw onderscheiden zich in de mate van transparantie en daarmee in de mate waarin beide functies een interactie met elkaar aangaan. 

Sporten tussen de kunstwerken en sporters als onderdeel van de expositie.